by

Volg je instinct

Veel mensen zijn het verleerd om hun instinct te volgen. Als een baby geboren wordt, kan die alleen overleven door zijn instinct te volgen. Hij begint te huilen, zodat jij het oppakt en hij zich weer veilig voelt. De baby wil graag huid op huid liggen en altijd bij de ouders in de buurt zijn. Om de aanwezigheid van de ouders te voelen en te ruiken, weet de baby dat hij veilig is. Een baby heeft natuurlijk geen idee in wat voor omgeving hij zich bevind. Maar weet alleen dat als hij bij zijn ouders is, hem niks kan over komen.

Prachtig hoe dat instinct werkt!

Maar niet alleen een baby heeft een instinct, wij als ouders ook. Maar gebruiken we dat nog wel (genoeg)?

Tegenwoordig heb je de meest luxe kinderwagens, schommelstoeltjes, babynestjes, noem maar op te krijgen voor je baby. We willen het beste voor ons kindje en het voor zo comfortabel mogelijk maken. Of is het meer voor de ouders ontwikkeld?

Er is internet met onze vriend Google, die je allerlei tips geeft. Maar ook opa’s en oma’s die ervaringen met je delen, de buurvrouw met goedbedoelde tips, een huisarts of consultatiebureau met een bepaalde mening of zelfs opvoedboeken. Aan alle kanten wordt je beïnvloed door adviezen en keuzes.

Toen onze oudste dochter geboren werd, was ik nog net een maandje 23 jaar oud. Nog lekker jong en onzeker ging ik het moederschap in. Ze was vrij onrustig en huilde regelmatig. Ze moest buiten slapen, want buiten slapen deden de kinderen vroeger ook en dat is gezond. Onze dame wou niet buiten slapen als de kinderwagen stil stond na een wandeling met de hond. Dus maar weer naar binnen.

Ze sliep niet zo lekker overdag. Dus moest ze snel in een slaapritme gedrukt worden en op haar eigen kamer of in ieder geval niet beneden in de woonkamer slapen. Ik moest haar maar in slaap laten huilen, 10 minuten huilen was heus niet zo erg.

Ik heb het allemaal geprobeerd, terwijl dit tegen mijn gevoel in ging en iedere vezel in mijn hele lichaam zei dat dit ook niet werkte. Ik zat zelf die 10 minuten huilend naast de babyfoon. Ik durfde niet goed naar mijn gevoel te luisteren en had niet door dat de oudste gewoon bij mij wou zijn. Als ik haar bij me had, was ze tevreden. Super logisch achteraf, maar toen had ik de kennis nog niet die ik nu heb.

Ik heb haar wel gedragen, dat vond ze super fijn. Alleen ik niet, want het was een fleece hangmatje die heel ver door zakte waardoor ze er bijna dubbel in lag. Helemaal verdween in de stof en geen ondersteuning kreeg. Dat vertrouwde ik niet. Daarbij kreeg ik vrij snel last van mijn lijf.

Toen raakte ik zwanger van onze tweede dochter. En bij de 20-weken echo werd er een afwijking geconstateerd. Een traject van ziekenhuisbezoekjes volgden de rest van de zwangerschap en zou ook in ieder geval het eerste twee jaar van haar leventje er bij horen.

Toen werd mijn instinct wakker. Tijdens de zwangerschap voelden wij dat het niet dusdanig ernstig was, dat er allerlei risicovolle onderzoeken nodig waren. Die hebben we dus ook geweigerd. En na de bevalling wou ik niet de hele lange gang mijn kind in de kinderwagen hebben. Ik vond het al verschrikkelijk dat ze al die vervelende onderzoeken moest ondergaan, dus wou ik haar bij me dragen wanneer dat kon. Jammer genoeg gebruikte ik de rekbare doek op een verkeerde manier, dus zat dit ook niet optimaal. Maar ik kon haar bij me dragen en ik merkte aan alle kanten dat ze dit nodig had en erg fijn vond. Gelukkig viel de afwijking inderdaad mee, dus heeft ze er niks aan over gehouden.

Zo heb ik het trauma ook beter kunnen verwerken. We hebben echt kunnen werken aan een veilige hechting. Ik had de eerste tijd zoveel zorgen om haar, dat ik haar alleen maar bij me wou hebben. Toen ze ouder was, ontdekte ik de geweven doek en was het draagvirus begonnen. We hebben wat afgewandeld en ze heeft heel veel dutjes bij mij in de doek gedaan. Ik genoot er intens van!

Dus toen dochter nummer 3 op komst was, wou ik het vanaf het begin ‘goed’  doen. Ik zou mijn dochter gaan dragen! Eerst omdat ik het knuffelen met mijn kinderen gewoon heerlijk vind. Maar al snel voelde ik aan alle kanten dat ze me gewoon nodig had. Ze wilde niet in een koude kinderwagen liggen, ze wilde dicht bij haar moeder zijn.

Ik voelde dat ik aan haar behoefte wilde voldoen. Ze had reflux klachten en daardoor sliep ze slecht. Ze spuugde veel en kon haar rust niet goed pakken. Als ik haar dan in de doek droeg, sliep ze van voeding tot voeding. Als we naar buiten gingen of op visite, ging de kinderwagen nooit mee. Ze hoefde niet in een vreemd huis, in een vreemd campingbedje of iets dergelijks te slapen. Want ze sliep bij mij in de doek, tussen de visite.

Ze kreeg borstvoeding en sliep na een jaar nog niet door. Ik kreeg vaak de vraag of ik dat niet zwaar vond en natuurlijk dat een papfles dé oplossing zou zijn. Zelfs het consultatiebureau vond het wel erg lang duren dat ze nog niet door sliep. Ik heb dat nooit een probleem gevonden. Ja, er is een moment geweest wanneer de oudere 2 wel door gingen slapen en ik dacht dat de jongste dat ook wel zou gaan doen. Maar toen dat niet zo bleek te zijn heb ik het geaccepteerd. Ze kwam ‘ s nachts nog 1 of 2 keer voor een slok en sliep dan weer verder. Ik kon vaak binnen een kwartier weer verder slapen en had er vrede mee. Mijn omgeving had er meer moeite mee dan ik zelf. Dus waarom zou ik dan een papfles gaan geven als mijn gevoel zegt dat het niet erg is om ’s nachts nog eens te voeden? De mensen om mij heen hoefden hun bed niet uit, ik wel! Maar ik vond het niet erg. En nog krijg ik wel eens adviezen of commentaar… net hoe je het ziet. Dat ik haar niet zo veel bij me moet dragen, met of zonder doek. Als we nu op visite gaan, zit ze eerst bij me op schoot te spelen of gebruikt mij als klimrek. Ze moet even wennen aan de drukte en de mensen om haar heen, dat doet ze via mij. Soms is het niet handig als ze niet stil wil zitten op schoot. Maar ze moet zo even de boel verkennen. Zodra het veilig voelt, gaat ze zelf van mijn schoot en gaat ze spelen. Ze weet dat bij mij het veilige plekje is, dus als er iets gebeurt kan ze altijd op mij terug vallen. En dat weet ze en daar vertrouwd ze op. We voelen elkaar feilloos aan, we zijn een goed team samen.

Natuurlijk zit er verschil in karakters van kinderen, maar ik merk wel degelijk verschil tussen de oudste en jongste op dezelfde leeftijd.

Bij de oudste liet ik me nogal beïnvloeden door adviezen van buitenaf. Nu bij de jongste volg ik echt mijn eigen gevoel. En ik hoop dat meer moeders dat gaan doen. Het voelt zoveel beter als je achter een keuze staat die je doet. Tuurlijk, hulp of advies vragen is niets mis mee. Maar pik er uit wat bij jou past. Wat een ander vind dat je moet doen maakt niet uit. Jij bent uiteindelijk degene die voor je kindje zorgt, niet een ander. Dus als je dan iets doet waar je je niet goed bij voelt, klopt er iets niet. Jij bent en weet wat het beste voor jou kindje is. Durf op jezelf te vertrouwen! Je kunt het echt!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *