Draagdoek dragen

Vaak wordt het dragen van je baby vooral als praktisch gezien. Je hebt de handen vrij voor andere dingen, zoals grotere broers of zussen.

Maar hier lees je waarom dragen naast het praktische, gewoon ook heel natuurlijk is.

Er zijn drie categorieën binnen de groep zoogdieren. De vluchters, verstoppers en de dragers.

Vluchters zijn dieren als herten, paarden en koeien. Verstoppers zijn dieren zoals katten, konijnen en vossen. Dragers zijn dieren als apen, kangoeroes en wij, de mens.

Het instinct van de baby is dus dat het gedragen wil worden door de vader of moeder, om zich veilig te voelen. En bovendien om zich optimaal te kunnen ontwikkelen.

Dat baby’s eeuwenlang gedragen zijn, kun je nog steeds aan de reflexen zien. Het grijpreflex bijvoorbeeld. Waarmee de baby zich vast probeert te grijpen aan de ouder.

Een ander instinct is het huilen. Baby’s kunnen nog niets en zijn volledig afhankelijk van zijn ouders. Als een baby wordt weggelegd, denkt de baby dat hij in gevaar is. Door hard te huilen is zijn overlevingskans groter omdat hij wordt gehoord en weer opgepakt zal worden.

We zijn er voor gemaakt. Als je een baby optilt, zie je dat hij instinctief een draaghouding aan neemt. Hij trekt zijn knietjes omhoog. Dit is een natuurlijke en fijne houding voor je baby. Van nature draagt de mens een kind vaak op de heup. Op die plek past een baby dan ook precies.dragen doorzichtige doek2

Als een baby op de juiste manier gedragen wordt, is de rug gebold. Ze trekken in een reflex hun benen op en daardoor ontstaat de bolling van hun rug vanzelf, maar ook worden de heupkoppen op de juiste manier in de heupkom gedrukt. Door in de juiste houding te dragen, kunnen de heupgewrichten zich optimaal ontwikkelen.

Plat op de rug liggen is geen natuurlijke en ontspannen houding. Alle kwetsbare organen zijn onbeschermd en dat voelt onveilig voor je baby. Daarnaast krijgen veel baby’s een afgeplat hoofd. Hieraan kun je zien dat ze niet langdurig plat horen te liggen. Het hoofd is er gewoon niet voor gemaakt.

Baby’s worden geboren met ongeveer 20% van de totale hersencapasiteit. De rest ontwikkelt zich in de eerste drie jaar, maar de grootste groei is tijdens het eerste jaar. Interactie met de omgeving en fysiek contact beïnvloeden en stimuleren de hersenontwikkeling.

Fysiek contact is niet alleen belangrijk voor de hersenontwikkeling, maar ook voor de hechting. Wanneer mensen elkaar aanraken komt het hormoon oxytocine vrij. Ook wel het liefdeshormoon genoemd. Het stimuleert bijvoorbeeld het toeschietreflex bij borstvoeding en heeft een rustgevende werking op zowel ouder als kind.

Door te dragen voldoe je aan de behoefte aan fysiek contact. Daarnaast ontdekt je kind vanaf een vertrouwde en veilige plek de wereld om zich heen. Ook hoort je baby hoe je met anderen communiceert en ervaart hij de omgeving een stuk beter dan wanneer hij ligt. Hij voelt de reacties van de ouder op dingen uit de omgeving. Zo leert de baby ook zijn eigen (schrik) reacties te reguleren.